Alle machines, dus ook verpakkingsmachines, bevatten draaiende en/of bewegende delen die gevaren met zich kunnen meebrengen. Volgens de Arbowet moeten machines veilig zijn in gebruik zodat onder andere gevarenzones bij een draaiende machine niet bereikbaar mogen zijn voor operators. Machinebouwers die een machine met een CE-markering leveren, geven middels de conformiteitverklaring aan dat de geleverde machine voldoet aan de geldende veiligheidseisen.
Op welke wijze de benodigde beveiliging uitgevoerd dient te worden en met welke techniek hangt af van de toepassing en soort machine. Voor machines als palletisers en palletwikkelaars bestaan zogenaamde C-normen waarin de wijze van beveiliging duidelijk is omschreven. Voor speciaalmachines bestaan geen normen waarin de wijze van beveiliging is omschreven. Op basis van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) zal de machinebouwer op basis van meer algemene normen de wijze van beveiliging toepassen.
Vanzelfsprekend zal een beveiliging zodanig toegepast worden dat de machine nog steeds de taak kan uitvoeren waarvoor deze is bedacht. Een automatische wikkelinstallatie met aan vier zijden vaste machineafscherming is weliswaar veilig, maar vanzelfsprekend niet productief.
Toegangsbeveiliging bij verpakkingsmachines is te realiseren met:
· Machineafscherming zoals machinekappen en hekwerken;
· Optische beveiligingen zoals lichtschermen;
· Tactiele beveiliging zoals drukmatten.
