Gasverpakken

Gasverpakken is een voor voedingsmiddelen en - in mindere mate farmaceutische producten - ontwikkelde verpakkingstechniek die voortborduurt op het vacuümverpakken. Ook hierbij beoogt men immers de zuurstof uit de omgevingslucht, die aanleiding kan geven tot bederf, te verwijderen. Vacuümgetrokken verpakkingen zien er echter vaak niet erg aantrekkelijk uit, ze 'presenteren niet', of zijn sowieso onmogelijk toepasbaar - denk aan chips. Gasverpakken is dan een goed alternatief.

Drie gassen

Bij deze methode worden drie gassen toegepast: stikstof, koolzuur en - wat nadere uitleg verdient - zuurstof. Koolzuur heeft een remmend effect op micro-organismen en zorgt daarmee voor een langere houdbaarheid van het product. Het heeft echter een lastige eigenschap: het lost (gedeeltelijk) op in het altijd in het product aanwezige water, met als gevolg dat het gasvolume (in de verpakking) daalt. Dit effect heet pseudo-vacuüm, dit kan meer of minder zijn. Belangrijk in dit verband is het gegeven dat koolzuur sneller oplost bij lagere temperaturen. Hiermee moet rekening worden gehouden bij de opslag van het product.
Een tweede nadelig effect van koolzuur is dat het de smaak kan aantasten. Daarom wordt er niet vaak uitsluitend koolzuur gebruikt bij het gasverpakken, maar bijna altijd een mengsel van dit gas met stikstof. Stikstof is een inert gas, dit reageert dus niet met het product. 
Zuurstof wordt in specifieke gevallen toegepast, bij het verpakken van gesneden groente en vers vlees. Zuurstof laat groente 'ademhalen', waardoor een frisse aanblik behouden wordt. Bij vlees is het resultaat een door de consument als aantrekkelijk ervaren rode kleur. Bij vlees (boven de 70% zuurstof) en groente (rond de 5% zuurstof), bij een aantal andere producten zoals kaas, brood, kant-en-klare maaltijden, cake en sommige farmaceutische producten een arm mengsel. Een zuurstofarm mengsel betekent rond de 0-1%. In de atmosfeer is 20% zuurstof aanwezig. Een hoger zuurstofgehalte zou bij deze producten aanleiding geven tot een lagere voedingswaarde, verkleuring, oxidatie van vetten e.d.
Gasverpakken wordt toegepast bij twee typen verpakkingen: schalen (bijvoorbeeld met kant-en-klare maaltijden) en zakken (groente, aardappelen).


Twee basistechnieken

Vacumeren en begassen
Hierbij zuigt een vacuümpomp de lucht weg uit een kamer waarin zich het product bevindt. Na het vacumeren wordt gas ingeblazen, waarna het product geseald wordt. De kamer wordt ontlucht en gaat weer open, gereed voor de volgende cyclus. Deze methode vindt vooral toepassing bij het gasverpakken van schalen, in mindere mate van zakken.

Flow-packing
Hierbij wordt geen vacuümpomp gebruikt, maar een gasstroom. Machines die, afhankelijk van het producttype, verticaal of horizontaal zijn uitgevoerd, hebben een vormdeel waar het product omheenloopt of in gestort wordt.
Er wordt van folie een koker gevormd, waardoorheen het product loopt en waaraan het verpakkingsgas wordt toegevoerd zodat de lucht uit de koker wordt weggeblazen. Hierbij is dus sprake van verdringing: het gas vervangt de lucht.